MobiProTimesystem


Goede voornemens: hoe voer je ze uit?

Door Dr. Brigitte Claessens

Het nieuwe jaar is in zicht en daarmee ook de goede voornemens. Deze voornemens worden steevast begroet met een dosis argwaan, aangezien het maar al te vaak voorkomt dat ze na enkele weken al weer uit zicht zijn. Er zijn in de theorie een aantal verklaringen te vinden voor het niet uitvoeren wat je je hebt voorgenomen. Uit mijn eigen onderzoek blijkt dat dit te maken heeft met het niet goed weten wat je allemaal te doen hebt (en hoeveel tijd hiervoor nodig is). Het kan ook zijn dat de aangenomen taken langer duren of dat er meer informatie van anderen voor nodig is. Kortom, het gaat om een gebrek aan overzicht hebben. Daardoor ben je niet goed in staat om te beslissen of je de taken die zich aandienen al dan niet moet aannemen. Gevolg is dat velen de neiging hebben om teveel werk op zich te nemen en er later achter komen dat het niet haalbaar is om dit binnen de afgesproken tijd uit te voeren. Een oplossing is wat ik heb genoemd ‘task assessment’; het kritisch omgaan met het aannemen van taken door te zorgen dat je overzicht hebt over het onderhanden en uit te voeren werk. Uit mijn onderzoek bleek dat diegenen die dit gedrag minder vertoonden lager presteerden in hun werk, zowel naar eigen oordeel als dat van collega’s en leidinggevenden. Natuurlijk speelt in dit proces van het aannemen van werk een bepaalde mate van sociale wenselijkheid een rol, je wilt tenslotte niet op voorhand nieuw werk afwijzen. Als je jezelf aanleert om overzicht te creëren, dan kun je vervolgens adequaat omgaan met het al dan niet aannemen van opdrachten: je weet of je het werk meteen kan aannemen omdat je nog ruimte in je planning hebt; je kunt het om gegronde redenen afwijzen of je kunt onderhandelen over taken die je niet doet wanneer je dit werk wel aanneemt.

Daarnaast zou dit time management probleem te maken kunnen hebben met het niet goed weten wat je precies wilt doen, er niet specifiek genoeg in zijn. Er is zeer veel literatuur over ‘goal setting’ (onder andere Locke & Latham, 1990) beschikbaar waaruit blijkt dat hoe specifieker, concreter en duidelijker de plannen geformuleerd worden, hoe beter of hoger de daaropvolgende prestatie is. In time management termen: hoe beter uitgewerkt de plannen, hoe groter de kans is dat ze daadwerkelijk uitgevoerd worden. Dit idee wordt ondersteund door studies naar implementatie intenties (onder andere Gollwitzer, 1997), een methode om bijvoorbeeld het consequent innemen van medicijnen te bevorderen. Het idee is dat men nadenkt over het moment dat er bepaalde acties gedaan moeten worden en dit zo concreet mogelijk koppelt aan andere activiteiten. Daarmee worden de cognitieve verbindingen versterkt wat resulteert in het vaker uitvoeren van gepland gedrag. Een voorbeeld hiervan is: wanneer ik om 12:00 uur mijn koffie uit een blauwe beker aan de tafel in de keuken heb gedronken, dan neem ik mijn medicijnen uit het rode doosje op het aanrecht in. Door dit te visualiseren komt de verankering in de hersenen beter tot stand. De verklaring voor dit time management probleem is er dus in gelegen dat een aantal personen onder ons geen specifieke, uitvoerbare en haalbare doelen stelt en plannen maakt, waardoor het vervolgens regelmatig gebeurt dat men iets anders aan het doen is dan hij/zij zich had voorgenomen. Het maken van implementatie-intenties is een oplossing voor dit probleem.

“Ik kan me er niet toe zetten”
Tot slot speelt zelfmotivatie een grote rol in het uitvoeren van wat je je hebt voorgenomen. Er zijn veel verschillende termen in omloop voor zelfmotivatie, bijvoorbeeld zelfregulatie, zelfsturing, jezelf monitoren (met betrekking tot tijd). Het komt er op neer dat er manieren zijn om jezelf tot discipline te brengen en de energie te geven die nodig is om ergens aan te beginnen. Een oplossing voor dit probleem is het visualiseren middels het zogeheten ‘imagined future event’ waarbij je voor jezelf een voorstelling maakt van hetgeen je straks gaat doen. Uit onderzoek (o.a. Vasquez & Buehler, 2007) blijkt bijvoorbeeld dat het voor het succes van deze techniek verschil maakt of je vanuit het eerste-persoon perspectief een toekomstvoorstelling creëert of vanuit het derdepersoon perspectief. Het voorbeeld dat deze onderzoekers gebruiken is het lesgeven aan studenten: wanneer je je voorstelt dat alle studenten naar je kijken en hun reacties op je presentatie ziet motiveer je jezelf minder dan wanneer je een voorstelling maakt van hoe jij, vanuit een student, naar jezelf kijkt vanaf de tribune. Het effect van deze toekomstvoorstelling is dat je een beeld met details krijgt van wat je straks gaat doen en daarmee energie en de ideeën krijgt om het vervolgens zo uit te voeren. Ik hoor in de praktijk vaak mensen zeggen dat ze er niets aan kunnen doen als ze er geen zin in hebben, maar de motivatietheorieën weerspreken dit: je kunt heel veel doen om jezelf te motiveren en, het werkt ook nog.
Ik wens ieder veel succes bij het uitvoeren van de goede voornemens!


Bronnen


Gollwitzer, P. M. (1997). Implementation intentions and effective goal pursuit. Journal of Personality and Social Psychology, 73, pp. 186-199.

Locke, L. A. & Latham, G. P. (1990). A theory of goal setting and task performance. Englewood Cliffs, N.J: Prentice Hall.

Vasquez, N. A. & Buehler, R. (2007). Seeing future success: Does imagery perspective influence achievement motivation? Personality and Social Psychology Bulletin, 33, pp. 1392-1405